Bij Lucas 11:1-13

Mijn kinderen durven echt (nog) alles te vragen. Zonder te verblikken of te blozen vragen ze een snoepje bij opa of aan de buurvrouw. Ik vind dat onbeleefd en probeer hen dat bij te brengen. Tot nu toe met weinig resultaat…

Bidden is soms moeilijk

Zo vrij als de kinderen vragen, zo vrij bidden ze ook. Het zijn soms mooie, ontroerende gebeden.

Zo open als de kinderen zijn in hun gebed, zo hoog is de drempel soms voor ons. We durven niet zo goed te bidden, in een groep bijvoorbeeld. Of vrijmoedig te vragen om genezing waar dit menselijk gesproken niet meer te verwachten is. ‘Durf te bidden’, is nu het thema in de Stadskerk. Maar hoe is dat juist nu, in een tijd van crisis en dreiging? In een tijd van angst en onzekerheid? Wat durf je dan nog te vragen?

De vrienden van Jezus leren van hun Meester hoe je kunt bidden. Je kunt het lezen in Lucas 11:1-13. Natuurlijk waren deze Joodse mannen vertrouwd met gebed, het was hun net als onze kinderen van jongs af aan bijgebracht. Toch zien ze dat Jezus anders bidt, dat Zijn gesprek met de Vader in de hemel anders verloopt dan zij gewend zijn. Maar hoe dan? Wat is nu zo opmerkelijk aan dat bidden van Jezus?

Blijven vragen en kloppen
Dat ontdekken we in de voorbeelden die Jezus geeft. Het eerste voorbeeld gaat over iemand die midden in de nacht bij zijn vriend aanklopt om eten. Niet voor zichzelf, maar omdat iemand anders bij hem om brood had gevraagd. En die vriend moet geholpen worden: daarom durft hij te vragen, zelfs ’onbeschaamd’ aan te dringen (vers 8).

En zo mogen wij ‘vragen, zoeken, kloppen’. Je denkt zelf misschien wel eens: “Daar klop ik alweer aan bij God. Zou Hij ons bidden niet eens zat zijn? Komt mijn gebed wel gelegen?” Maar Hij wil dat wij het van Hem verwachten. Jezus spoort ons aan: in je nood, zeker ook je nood voor de wereld en de nood voor je naaste, kom je nooit ongelegen.

Crisistijd
En wat wordt er veel gebeden in deze crisistijd. Ook door mensen die dat niet meer zo gewend waren. De nood is hoog. En ons menselijk kunnen is heel beperkt. Dat overrompelt ons. We meenden het leven vaak naar onze hand te kunnen zetten. Maar nu loopt het ons uit de hand. We vallen stil. Nu komt het erop aan. Durf je te bidden in de verwachting dat God het (ver)hoort?

Het goede
Daarover gaat het tweede voorbeeld in dit hoofdstuk. Wat doe je als vader of moeder wanneer je kind om gezonde voeding vraagt, bijvoorbeeld een vis of een ei? Dan geef je toch niet iets wat gevaarlijk is, zoals een slang of schorpioen?

Zo mag je weten dat God op onze vragen het goede geeft. En niet iets wat uiteindelijk schadelijk voor ons is. Ook als we dat niet altijd direct zo zien of ervaren, net zoals een vis en een slang wel eens wat op elkaar kunnen lijken. ‘Vergis je niet,’ zegt Jezus. Meer dan een aardse vader zal onze hemelse Vader op ons bidden reageren met het goede. Nee, zelfs met het beste! En dat is Hijzelf, dat is Zijn Geest waardoor Hij altijd bij ons is. Waardoor Hij als een Vader dichtbij is. Waardoor Hij meer dan wie dan ook, weet wat je nodig bent, op dit moment en in deze omstandigheden.

Vraag het maar
Daarom: Durf te bidden. Zeg het maar. Vraag het maar.

We overzien niet wat er allemaal nog op ons afkomt in deze weken. En hoe het ons leven zal raken. Maar we mogen bidden in het vertrouwen dat we precies dat ontvangen wat we nodig hebben. Onze hemelse Vader kent ons. Hij overziet het wel. Dat geeft rust en ruimte om te zien wat een ander nodig heeft. Om er te zijn voor elkaar. Je Vader wil je daarbij helpen, bij alles waar je tegenaan loopt. En hoe meer je met je Vader praat en optrekt, hoe meer je Hem leert te vertrouwen. Hoe meer je durft te vragen en te bidden…

Maaike van der Weij

  1. Jekema schreef:

    Dag Maaike heel herkenbaar en we moeten in die zin weer als kinderen worden. Dank je wel voor je bemoedigende woorden. Het ia geen NBG blog..heb je hem voor jullie kerk geschreven..???
    Hartelijke groet van ons….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Inloggen
Nog geen lid? Wachtwoord vergeten?